Wegenlegger van Schelluinen 1873

Anneke Bode-Huizer

De wegenlegger [1] van de gemeente Schelluinen van 1873 geeft ons een inkijkje in de toestand van wegen en voetpaden in het dorp. Gezegd moet worden dat het beeld niet echt optimaal is. De Langeweg was al wel begrind. In deze weg bevonden zich een stenen duiker en een stenen heul met leuningen ten behoeve van de polder Banne van Gorinchem.

Ook de Voordijk, die toen de Schelluinsche weg genoemd werd, was een begrinde rijweg. In deze weg was een stenen brug met leuningen (op het dorp), een ijzeren duiker en een houten schuifduiker. Helaas is niet exact ingetekend waar deze kunstwerken zich bevonden.

Een kijkje op de Voordijk in Schelluinen rond 1915.

De Nolweg was ook begrind, de Nieuweweg was nog een kleiweg en de Kerkweg een bezand voetpad. In de Nieuweweg bevond zich een houten duiker ten behoeve van de omringende polders terwijl in de Kerkweg een houten brug met leuningen lag. De Kerkweg had diverse eigenaren, maar werd onderhouden door de polders van Schelluinen en Kwakernaak.

Naast bovengenoemde wegen waren er nog twee paden: het Kerkpad was een kleivoetpad vanaf de Kerkweg naar de Nol. Dit pad was eigendom van Neeltje de Kreij en G. den Braven. In het Kerkpad lagen twee platte 'bomen' met leuningen. Deze zgn. 'Kerkbomen' waren aangelegd ten gerieve van personen die op zon- en feestdagen de kerk bezochten. Het onderhoud werd door de kerk gedaan. Dan was er nog de Stadskade (die wij nu kennen als de Brederosekade), een voetpad vanaf de Stenen Brug in de Voordijk noordwaarts langs de Schelluinse Vliet. Deze kade was van de stad Gorinchem. In de kade was een ijzeren duiker aangebracht als waterinlaat voor de polder Muisbroek.


[1] Legger der Wegen en voetpaden in de gemeente Schelluinen, 1873. Nationaal Archief in Den Haag,
toegangsnummer 3.02.44, inventarisnummer 136.